Operational excellence: waarom de meeste programma's stranden
Geschreven door:

Wat is operational excellence?
Operational excellence is de manier waarop een organisatie structureel beter presteert door mens, proces en techniek continu op elkaar af te stemmen. De betekenis van operational excellence gaat verder dan een paar losse verbeteringen: het is een werkwijze waarin elke dag een beetje beter worden onderdeel wordt van hoe je werkt. Het doel is geen eenmalig project, maar een organisatie die zichzelf blijft verbeteren.
In de praktijk vertaalt dat zich naar kortere doorlooptijden, hogere kwaliteit, minder verspilling en meer output uit dezelfde mensen en machines. Niet omdat je harder werkt, maar omdat je slimmer werkt en dat volhoudt.
Het operational excellence model: theorie versus werkvloer
Er bestaan verschillende modellen om operational excellence te structureren. Denk aan het Shingo-model, EFQM of raamwerken die voortbouwen op Lean en Six Sigma. Zo'n operational excellence model beschrijft doorgaans een aantal principes: klantwaarde centraal, processen zonder verspilling, sturen op feiten en cijfers, en leiderschap dat verbetering mogelijk maakt.
Op papier klopt het allemaal. En precies daar zit de valkuil. Een model geeft je de taal en de structuur, maar het verandert niets aan de manier waarop mensen op de werkvloer hun werk doen. Een operational excellence model is een landkaart, geen reis. De meeste programma's stranden niet omdat het model verkeerd is, maar omdat de vertaling naar de dagelijkse praktijk ontbreekt.
Waarom de meeste operational excellence-programma's stranden?
Als je goed kijkt naar programma's die vastlopen, komen steeds dezelfde oorzaken terug. Ze hebben zelden met de methode te maken en bijna altijd met mensen, eigenaarschap en overdracht.
1. Het blijft hangen bij tools en methodes
Veel programma's starten bij de techniek: een nieuwe methode, een setje tools, een training. Handig, maar gereedschap verandert geen gedrag. Als de manier van denken en werken niet meebeweegt, verdwijnen de tools zodra de druk toeneemt. Operational excellence begint bij mensen en gedrag, niet bij een toolbox.
2. Er is geen eigenaarschap in de lijn
Zodra operational excellence een project wordt van een stafafdeling of een externe partij, is het kwetsbaar. De mensen die het werk doen, voelen zich geen eigenaar. Verbeteren wordt iets wat "erbij" komt, in plaats van onderdeel van het werk. Zonder eigenaarschap in de lijn valt elk programma stil op het moment dat de aandacht verslapt.
3. Directiekamer en werkvloer zijn niet verbonden
De directie stelt ambitieuze doelen, de werkvloer weet niet waarom. Of andersom: de werkvloer ziet knelpunten die de directie nooit te horen krijgt. Operational excellence werkt alleen als strategie en uitvoering aan elkaar geknoopt zijn. Doelen van boven moeten kloppen met de realiteit op de vloer, en verbeteringen van onderop moeten de strategie voeden.
4. Resultaat wordt niet meetbaar gemaakt
"Het gaat beter" is geen resultaat. Zonder harde cijfers (doorlooptijd, OEE, faalkosten, werkkapitaal) weet niemand of het programma werkt. En wat je niet meet, verwatert. Programma's die stranden, missen bijna altijd een nulmeting en een helder doel om naartoe te werken.
5. De organisatie leert het niet zelf
Het gevaarlijkste patroon: een externe partij komt binnen, boekt resultaat en vertrekt. Zodra ze weg zijn, zakt alles terug. Als de organisatie het verbeteren niet zelf leert, koop je een tijdelijk resultaat in plaats van een blijvend vermogen.
Hoe je operational excellence wél laat beklijven
De rode draad door die vijf oorzaken is duidelijk: operational excellence strandt niet op de theorie, maar op de mens en de overdracht. Wil je verbetering die blijft, dan draai je de aanpak om.
Begin op de werkvloer, niet op papier. Maak eerst zichtbaar waar de echte verspilling en knelpunten zitten, met cijfers erbij. Verbind vervolgens de doelen van de directie met wat er dagelijks op de vloer gebeurt, zodat iedereen dezelfde kant op werkt. En bouw het verbetervermogen op bij je eigen mensen, volgens het principe voordoen, samen doen, zelf doen. Zo wordt beter worden geen project met een einddatum, maar een gewoonte.
Dat is precies het verschil tussen optimaliseren en excelleren. Optimaliseren doe je een keer. Excelleren doe je elke dag. Meer over hoe wij dit aanpakken in de maakindustrie lees je op onze pagina over operational excellence.
Benieuwd waar jouw verbeterpotentieel zit?
Wil je weten waarom verbetering in jouw organisatie niet beklijft, en waar de grootste winst zit? Met een quickscan brengen we in korte tijd je verbeterpotentieel en quick wins in kaart. Nuchter, concreet en met cijfers. Plan een quickscan en ontdek waar jij blijvend in kunt excelleren.




